14 Ik maak een grapje

Humor gebruiken

Ik maak een grapje

Doel

Leer de kinderen om humor te gebruiken.
Lach een beetje. Zoek naar het grappige, het onverwachte in het leven. Lach om jezelf als dat kan.

Lesideeën

  1. Grappig!
  • Bespreek met de kinderen aan het eind van de dag wat deze dag grappig was. Waar heb je om moeten lachen? Hoe komt het dat dit zo grappig was?
  • Bespreek ook of het voor iedereen grappig was. Leg het verschil uit tussen lachen om en uitlachen.
  • Schrijf de grappige situaties op of teken ze. Doe dit op een kalender, muurkrant, in een woordspin of logboek.
  • Geniet samen met de kinderen nog na over de grappige situaties.

  1. Foto’s
  • Laat een paar kinderen om de beurt fotograaf zijn. Laat ze een dag of dagdeel fotograferen. De kinderen krijgen de opdracht om foto’s te maken van onverwachte, grappige en verrassende situaties.
  • Bespreek de foto’s met de klas. Laat de kinderen vertellen over de foto’s die ze gemaakt hebben.
  • Bespreek met de klas hoe het komt dat dit zo grappig was. Bespreek ook of het voor iedereen grappig was. Leg het verschil uit tussen lachen om en uitlachen.
  • Variatie: laat de kinderen tekenen of een toneelstukje doen over de grappige situaties.
  1. Voorbeeld
  • Vertel de kinderen over grappige situaties die je zelf hebt meegemaakt.
  • Vertel hoe het komt dat je hier om kunt lachen.
  • Vertel ook dat je soms om jezelf lacht.
  • Vraag de kinderen te vertellen over grappige situaties waarbij ze om zichzelf moesten lachen.
  • Stimuleer het lachen om situaties en om jezelf.
  • Benadruk het verschil tussen lachen om en uitlachen.
  • Geniet samen met de kinderen nog na over de grappige situaties waarover ze verteld hebben.