11 Ik gebruik mijn fantasie

Creëer, innoveer en fantaseer

Ik gebruik mijn fantasie

Doel

Leer kinderen om te creëren, innoveren en fantaseren.
Probeer een andere manier. Ontwikkel nieuwe ideeën en probeer origineel te zijn.

Lesideeën

  1. Vrij werken
  • Geef de kinderen verschillend knutselmateriaal en vraag ze om iets te maken met de materialen. Ze mogen helemaal zelf weten wat ze gaan maken.
  • Stimuleer de kinderen om zelf iets te verzinnen. Iets wat nog nooit gemaakt is en wat origineel is.
  • Aan het einde van de les vertelt ieder kind wat hij of zij gemaakt heeft. De andere kinderen mogen vragen stellen.
  • Benadruk bij het bespreken het verzinnen van een eigen idee en het origineel zijn.

  1. Kunst
  • Vertel over een kunstenaar en bekijk samen foto’s van zijn of haar werk.
  • Bespreek hoe deze kunstenaar fantasie heeft gebruikt.
  • Geef de kinderen de opdracht om zelf een kunstwerk te maken. Stimuleer ze om hun fantasie te gebruiken en iets origineels te maken.
  • Aan het einde van de les laat ieder kind het eigen werk zien. Benadruk de fantasie in het kunstwerk.
  1. Creatief
  • Bied de kinderen creatieve activiteiten aan, zoals tekenen, knutselen, muziek maken, zingen of toneelspelen.
  • Geef ze de vrije ruimte om zoveel mogelijk zelf te bedenken en te ontwikkelen. Stimuleer de kinderen om hun fantasie te gebruiken. Zeg dat je straks graag originele ideeën wilt zien.
  • Laat de kinderen in de klas presenteren wat ze gemaakt hebben. De andere kinderen zeggen wat ze ervan vinden. Wat vinden ze mooi? Wat zouden ze zelf anders doen?
  • Leer de kinderen dat ze van de opmerkingen van andere kinderen leren.
  • Variatie: maak samen met de kinderen een tentoonstelling of voorstelling waarbij andere klassen of familieleden uitgenodigd worden.
  1. Iedere dag
  • Stimuleer de kinderen om in de reguliere lessen zelf dingen te bedenken die een ander nog niet bedacht heeft en die origineel zijn.
  • Laat na iedere les om de beurt een paar kinderen over hun idee vertellen.
  • Dit lesidee kan gebruikt worden bij knutselen, tekenen, drama, maar ook bij taal (verhaal schrijven) of rekenen (oplossingen voor sommen).