09 Ik denk na hoe ik iets vertel

Helder en precies denken en communiceren

Ik denk na hoe ik iets vertel

Doel

Leer kinderen om helder en precies te denken en te communiceren.
Wees duidelijk. Streef naar nauwkeurige communicatie bij schrijven en spreken.

Lesideeën

  1. Wat zie ik
  • Leg een aantal voorwerpen in het midden van de kring/ klas.
  • Een kind krijgt de opdracht om in gedachten een voorwerp te kiezen. Hij/zij mag niet zeggen welk voorwerp dit is.
  • Het kind vertelt over het voorwerp (zonder het voorwerp te noemen).
  • De andere kinderen luisteren en stellen vragen.
  • Tot slot mogen alle kinderen zeggen welk voorwerp het is. Hoeveel kinderen hebben het goed geraden?
  • Variatie: je kunt bij dit spel ook iets anders in gedachten laten nemen, zoals de naam van een kind uit de klas of een figuur uit een boek of film.

2. Gesprek zonder …

  • Voer met de kinderen een gesprek over een onderwerp.
  • Spreek van tevoren af welk woord of welke woorden in het gesprek niet gebruikt mogen worden. Dit kunnen woorden zijn als: en, toen, uh en leuk.
  • Stimuleer de kinderen om helder en duidelijk te vertellen. Bespreek aan het eind van het gesprek hoe je zo duidelijk mogelijk kunt vertellen.
  • Vraag ook of ze het moeilijk vonden om bepaalde woorden niet te zeggen. Welk woord was vooral lastig?
  • Variatie: gebruik deze werkvorm ook eens in een kringgesprek of bij het vertellen over het weekend.

3. Robot

  • Een robot voert precies uit wat je zegt. Wijs één kind aan als robot.
  • De andere kinderen geven om de beurt kleine opdrachten aan de robot die de robot moet uitvoeren in de klas.
  • Bespreek samen of de robot precies uitvoert wat er gezegd wordt. Zijn de opdrachten helder en duidelijk genoeg?
  • Laat ook andere kinderen robot zijn.

4. Denktijd

  • Stimuleer de kinderen om na te denken over hoe ze iets gaan vertellen.
  • Stimuleer heel de dag door om zo helder en duidelijk mogelijk te zijn in wat je zegt, bijvoorbeeld door een denkwolk in de klas op te hangen en hier af en toe op te wijzen.

5. Onzichtbaar

  • Verdeel de groep in tweetallen.
  • Een van de kinderen bouwt met blokjes een klein bouwwerk. De ander mag dit bouwwerk niet zien en zit met de rug naar het bouwwerk toe.
  • Het kind dat het bouwwerk gemaakt heeft vertelt zo helder en duidelijk mogelijk hoe het bouwwerk eruit ziet. De ander bouwt het na, zonder het bouwwerk te zien.
  • Samen kijken ze op het eind hoe gegaan is.
  • Variatie: gebruik mozaïek of tangramstukjes in plaats van blokjes. Je kunt de kinderen ook een tekening laten maken.