08 Ik weet al iets

Oude kennis toepassen in nieuwe situaties

Ik weet al iets

Doel

Leer kinderen om ‘oude’ kennis toe te passen in nieuwe situaties.
Gebruik wat je leert. Pas eerdere kennis toe door kennis die je al hebt opgedaan in nieuwe situaties te gebruiken.

Lesideeën

  1. Ik weet al iets
  • Introduceer ‘Ik weet al iets’ door de denkgewoonteplaat te laten zien. Bedenk samen met de kinderen voorbeelden van ‘Ik weet al iets’. Wat weten ze bijvoorbeeld al over puzzelen, knippen, leren lezen en leren rekenen? Hoe kunnen ze dit gebruiken bij moeilijkere werkjes?
  • Teken een denkwolk op een papier en kopieer deze voor ieder kind. Of laat de kinderen zelf een denkwolk tekenen. Bied de kinderen een nieuwe taak of activiteit aan en laat ze van tevoren op de denkwolk tekenen of schrijven wat ze al weten.
  • Bespreek de denkwolken met heel de klas en praat na afloop over wat ze geleerd hebben.

  1. Nieuw thema
  • Laat de kinderen bij een nieuw thema een mindmap maken over wat ze al weten over dit thema.
  • Bespreek de mindmaps met de kinderen. Vraag: Wat wil je nog meer te weten komen? Wat wil je leren?
  • Bespreek bij de afsluiting van het thema hoe het gegaan is. Vraag wat ze al wisten en welke nieuwe dingen ze geleerd hebben.
  1. Oplossing
  • Bedenk een aantal situaties die opgelost moeten worden. Sluit aan bij de leefwereld van de kinderen. Bijvoorbeeld: Er is één skelter, en drie kinderen willen er op rijden.
  • Laat de kinderen in tweetallen oplossingen bedenken. Gebruik de denkgewoonteplaat en vraag ze of dit probleem lijkt op iets wat ze al kennen?
  • Maak viertallen en laat ze hun oplossing aan elkaar presenteren in een toneelstukje. Het kan ook klassikaal.
  • Bespreek na afloop de situaties en de oplossingen. Benadruk hierbij het gebruik van ‘Ik weet al iets’.
  1. In de les
  • Stimuleer de kinderen in de les om gebruik te maken van de denkgewoonte ‘Ik weet al iets’.
  • Maak dit concreet door bij een les op de denkgewoonteplaat te schrijven wat de kinderen al weten van deze les. Activeer op deze manier de voorkennis en de transfer van kennis naar de nieuwe les.
  • Bespreek aan het einde van de les hoe het gegaan is. Wat wisten ze al? Welke kennis was nieuw?
  • Variatie: Maak gebruik van een mindmap, woordspin, denkwolk bij het activeren van voorkennis of vormgever ‘Denkdruppels’ (Fogarty, 1999). Laat de kinderen een gedragspatroongrafiek maken en vraag ze over hun ervaringen met ‘Ik weet al iets’ te vertellen.