03 Ik luister

Luisteren met begrip en empathie

Ik luister

Doel

Leer kinderen om te luisteren met begrip en empathie.
Probeer anderen te begrijpen. Wees geïnteresseerd in de gedachten en ideeën van anderen.
Probeer controle te houden over je eigen gedachten. Hierdoor kun je beter het standpunt van iemand anders en zijn/haar emoties begrijpen.

Lesideeën

  1. Filmen
  • Voer een kringgesprek over een onderwerp. Maak een video-opname van dit kringgesprek en bekijk de opname later samen met de kinderen. Wat valt hen op bij het luisteren naar elkaar? Wat gaat goed? Wat kan nog beter?
  • Laat de kinderen zelf een doel opstellen voor zichzelf of voor heel de klas.
  • Bepaal met elkaar hoe er aan het doel gewerkt gaat worden.
  • Variatie: bewaar de video-opname. Maak na een tijdje nog een keer een video-opname van een kringgesprek. Bekijk beide opnames en bespreek de verschillen en overeenkomsten in de films met de klas. Kijk vooral naar hoe de kinderen naar elkaar luisteren. Maak samen met de kinderen de vormgever ‘Venndiagram’ (Fogarty, 1999). Of maak gebruik van een praatstok.
    [Een praatstok werd gebruikt door Indianenstammen als zij De spreker heeft de stok in handen terwijl anderen luisteren, daarna neemt de volgende spreker de stok over.]

  1. Samenvatten
  • Verdeel de groep in tweetallen.
  • Eén kind vertelt over zichzelf, het andere kind herhaalt in het kort wat de ander verteld heeft.
  • Het kind dat als eerste het verhaal vertelde geeft feedback op de samenvatting. Hoe heeft de ander over jou verteld? Wat gaat goed? Wat kan nog beter? Wissel daarna van rol.
  • Laat de tweetallen na afloop kort aan de klas presenteren wat ze geleerd hebben over ‘Ik luister’.
  • Maak gebruik van een praatstok.
  1. In de klas
  • Stimuleer de kinderen in de klas om bij gebeurtenissen en activiteiten goed naar elkaar te luisteren.
  • Stimuleer ze om vragen aan elkaar te stellen waardoor ze de ander beter begrijpen. Laat de kinderen af en toe samenvatten wat een ander gezegd heeft.
  • Vraag de kinderen ook te vertellen hoe ze denken dat de verteller zich voelt. En laat ze vertellen hoe ze zichzelf voelen. Is hier een verschil tussen? Hoe komt dit? Hoe kun je dit aan elkaar zien?
  • Variatie: gebruik kaartjes met daarop emoties. Teken zelf emoties of gebruik bestaande picto’s of emoticons (☺) en print deze. De kinderen leggen tijdens een gesprek het kaartje neer van het gevoel van de verteller en/of van zichzelf. Daarna volgt een gesprek waarbij de nadruk ligt op het naar elkaar luisteren en het begrijpen van elkaar. Laat de kinderen feedback aan elkaar geven en vraag ze te verwoorden wat ze geleerd hebben over ‘Ik luister’. Maak gebruik van een praatstok.