14 Ik maak een grapje

Humor gebruiken

Ik maak een grapje

Doel

Leer de kinderen om humor te gebruiken.
Lach een beetje. Zoek naar het grappige, het onverwachte in het leven. Lach om jezelf als dat kan.

Lesideeën

  1. Humor
  • Bespreek met de kinderen wat humor is.
  • Laat de kinderen uit kranten, tijdschriften en boeken voorbeelden van ‘humor’ verzamelen.
  • Hang deze voorbeelden op en bespreek ze met de klas. Waarom is dit grappig?
  • Variatie: spreek met de kinderen een dag door. Wanneer heb je gelachen? Wat was humor?

  1. Lachen om of uitlachen
  • Bespreek met de klas het verschil tussen lachen om een grapje, het maken van een grap en het uitlachen van andere kinderen.
  • Laat de kinderen in tweetallen de vormgever ‘Venndiagram’ (Fogarty, 1999) maken over uitlachen, ‘lachen om’ en de overlap hiertussen.
  1. Humor is …
  • Laat de kinderen in groepen tekenen, uitspelen of schrijven wat humor is.
  • Vraag de kinderen dit aan de klas te presenteren.
  • Bespreek de presentaties met de klas. Waarom is dit humor? Wat maakt dat dit grappig is?
  • Bespreek het verschil tussen ‘lachen om’ en uitlachen.
  1. Voorbeeld
  • Vertel de kinderen over situaties met humor die je zelf mee hebt gemaakt. Begrijpen ze waarom dit grappig was?
  • Vertel ook dat je soms om jezelf lacht. Vraag de kinderen in welke situaties zij om zichzelf lachen.
  • Stimuleer het lachen om jezelf en om situaties. Bespreek ook wat dit met je doet. Wat ervaar je als je kunt lachen om een situatie of om jezelf? Hoe voelt dat?